Hoe werken de stembanden bij het zingen?

Operazangers kunnen met hun stemgeluid zonder versterking een concertzaal vullen en boven een groot orkest uit komen. Als je ze ooit in actie hebt gehoord, zou je verbaasd kunnen zijn over hoe klein het instrumentje is waarmee ze dat voor elkaar krijgen. De menselijke stemband is gemiddeld namelijk niet langer dan het bovenste vingerkootje van je wijsvinger. De stembanden van mannen zijn 17 tot 25 millimeter en die van vrouwen 12,5 tot 17,5 millimeter lang. Dit verklaart ook waarom je bij mannen het strottenhoofd beter ziet zitten (de adamsappel) dan bij vrouwen. De stembanden liggen horizontaal in het strottenhoofd en als ze langer zijn, hebben ze dus ook meer ruimte nodig.

Hoe produceren de stembanden geluid?

De stembanden (ook wel stemplooien genoemd) zijn een soort poortjes die je luchtpijp kunnen afsluiten. Ze gaan open als je inademt om de lucht door te laten naar je longen. Zingen gebeurt op een uitademing. De stembanden zijn gesloten en daaronder bouwt de luchtdruk zich op. Dan komt de lucht naar buiten en trillen de stembanden tegen elkaar aan. Die trilling veroorzaakt het geluid. Hoe sneller de trilling, hoe hoger het klinkt.

Je zou kunnen denken dat langere stembanden een lager geluid betekent. Mannen hebben namelijk langere stembanden en een lagere stem. Toch klopt dit niet. Als je hoger zingt, worden je stembanden namelijk langer. Hoe zit dat?

Menselijke stembanden zijn ongeveer zo groot als een vingerkootje: gemiddeld tussen de 12,5 en 25 mm lang

De massa van de stemplooi wordt uitgerekt als hij langer wordt en daardoor worden de randen van de twee plooien die bij het zingen tegen elkaar komen dunner. Dit is hetzelfde principe als bij een trillend elastiekje: rek je het verder uit dan gaat het hoger klinken. Hetzelfde zie je bij de snaren van een gitaar: een dunne snaar klinkt hoger dan een dikke. Mannen hebben langere stemplooien, maar deze zijn ook dikker dan die van vrouwen. Voor zowel mannen als vrouwen geldt: als je hoger zingt, rekken de stembanden verder uit en worden de randen die tegen elkaar aan trillen dunner. Dunnere stemplooien trillen sneller en klinken dus hoger.

Samenvattend:

langer – dunner – trilt sneller – klinkt hoger

korter – dikker – trilt langzamer – klinkt lager

Wat je kunt leren van onsmakelijke filmpjes

Een kno-arts kan een filmpje maken van je stembanden in werking. Hopelijk zie je dan een gezond paar stembanden, zonder knobbels, rode plekken of verlammingen. Stembanden zijn mooi licht van kleur en zien er goed gehydrateerd uit. Een beetje slijm is normaal en juist goed voor de werking ervan. Onsmakelijk is het wel een beetje, want als de stembanden trillen, trilt dat slijm mee. Hieronder zie je een goed voorbeeld van gezonde stembanden.

Je ziet in het filmpje in de praktijk wat ik hierboven heb beschreven. Bij het inademen voor en tussen het zingen staan de stemplooien wijd uit elkaar in een driehoekige vorm. Dan sluiten de stemplooien mooi en trillen ze tegen elkaar als de lucht ontsnapt. Hoor je een hogere toon dan zie je dat de stembanden langer zijn en zie je een snellere trilling bij de inzet. Bij een lagere toon blijft er maar een kort stembandje over en trilt het langzamer.

Goed functionerende stembanden

Om mooi te kunnen zingen, moet de overgang van hoge naar lage tonen (en andersom) soepel verlopen. Als de stembanden niet genoeg ruimte krijgen om uit te rekken, zal je geen hoge tonen kunnen produceren. Ook moeten de stembanden goed kunnen sluiten. Als ze niet volledig tegen elkaar aan trillen en er teveel lucht door de stemspleet (de ruimte tussen de stemplooien) ontsnapt, zal de klank hees zijn. Een te sterke sluiting van de stembanden veroorzaakt weer een harde aanslag aan het begin van een toon. Bij goed functionerende stembanden klinkt de toon ‘schoon’: zonder teveel lucht en zonder een explosief geluid bij de inzet.

Het hele lichaam zingt

De stembanden produceren het geluid, maar het hele lichaam werkt daaraan mee. Alle organen, spieren en weefsels die betrokken zijn bij het ademen moeten goed kunnen functioneren. Je lichaamshouding is daarbij erg belangrijk en die begint al bij je voeten. Het geluid dat de stembanden produceert, wordt verder versterkt door de ruimtes van je keel, neus en mond. Zij dienen dus als klankkast. Ook de holtes die zich verder in je hoofd bevinden spelen een rol bij hoe je stem klinkt. De spieren van je bovenlijf, je nek, tong en kaak moeten ervoor zorgen dat je strottenhoofd niet onder teveel spanning staat en de klank de ruimte krijgt. Je kunt dus gerust stellen dat je met je hele lichaam, van top tot teen, zingt.